Kerstverhaal 2004, gepubliceerd in Den Helder op Zondag op 26 december 2004

Op het eiland Senja in het noorden van Noorwegen liet het licht zich nauwelijks nog zien. Silje stond met haar neus tegen het raam gedrukt, haar adem liet de ijsbloemen op de ruit smelten. Vandaag was de dag voor lille jule aften (kleine kerstavond) en zou ze voor het eerst met opa Sverre een kerstboom halen van het stukje grond in de bergen dat haar familie toebehoorde. Ze keek over het fjord naar de bergen. De Dronning (koningin) stak koninklijk boven alle anderen uit en in Silje's beleving leken de contouren op een slapende ijskoningin.

Silje was zeven jaar en zou met far en mor dit jaar kerstfeest vieren bij haar grootouders. Op school had ze veel kerstverhalen gehoord. Dit jaar had ze al heel bewust het verhaal over de geboorte van Jezus beleefd. En hoe de arme vader Josef en moeder Maria geen toegang kregen in de herberg. Vooral de kerststal sprak tot haar verbeelding. Het was feest, ze gingen een heel belangrijke verjaardag vieren. Ze liep de kamer door en hoorde hoe oma Borgil in de keuken bezig was met de voorbereidingen van het avondeten. Silje wist dat ze mollner maakte, een gerecht van gekookte kabeljauw, levertjes en kuit. Ze trok haar bontgevoerde laarzen aan die mor bij de houtkachel had klaar gezet. Opa Sverre stond haar al op te wachten in de keuken en had zich gehuld in een met bont gevoerde overall. Het liep al tegen twaalf uur, weldra zou het gaan schemeren. "Kom Silje, we gaan", zei Sverre terwijl hij een wollen muts over Silje's hoofd trok. Haar blonde krullen schoof hij zorgvuldig onder de muts. Oma Borgil gaf een kus op haar gloeiende wangen. "Voorzichtig Silje en bij opa blijven", zei ze. Opa Sverre en Silje liepen het koude witte weiland in en na ongeveer tweehonderd meter bereikten ze de voet van de berg die ze zouden beklimmen. Verse sneeuw kraakte onder hun laarzen, de wereld was donker en licht tegelijk. Silje liep behoedzaam, want ze had van opa geleerd dat het gevaarlijk kon zijn. Er waren plaatsen waar elanden gelopen hadden die nacht en juist op die plaatsen kon het onder de verse sneeuw verraderlijk glad zijn.

Na ongeveer een uur kwamen ze ter hoogte van de boomgrens. Het was hier heel anders dan beneden, kaal, rotsig en de grond was op sommige plaatsen mossig. Het loof had plaats gemaakt voor naaldwoud. Silje mocht van opa Sverre een boom uitkiezen die ze zouden meenemen. Onder de verse sneeuw had bestefar Sverre wat takjes gesprokkeld en legde  vakkundig een vuurtje aan waar ze zich samen om schaarden. Dit was het moment waar Silje zo naar uit had gekeken. "Wil je wat vragen Silje", vroeg Sverre terwijl hij zijn kleindochter aankeek. "Waarom bestefar Sverre?" vroeg Silje, gaan we nu eigenlijk een boom halen?" Sverre moest lachen toen hij de spanning in haar blauwe ogen zag. "Lieve Silje, we halen al veel langer een boom dan dat we de verjaardag van Jezus vieren". Silje keek hem gespannen aan. "We halen een boom voor de terugkeer van het licht in de lente. De mensen vonden het vroeger wel passend om dan ook de verjaardag van Jezus te vieren, want hij laat uiteindelijk ook een licht schijnen over de hele wereld, een licht van vrede voor alle mensen". Silje was wijs en zag er de logica wel van in. Opa Sverre had altijd gelijk want zolang ze zich herinneren kon kwam het licht in de lente weer terug  en dus ook de vrede voor alle mensen.